Stikstof moet gereduceerd worden met 30%. In een aantal regio’s zoals de Peel en de Gelderse Vallei moet stikstof met 70-80% gereduceerd worden.

Stikstof ligt als een deken over het hele land. Stikstof wordt uitgestoten door vliegtuigen, industrie, autoverkeer en landbouw. In vergelijking met de enkele procenten van het vliegverkeer is de landbouw verantwoordelijk voor meer dan 40% van deze stikstofdeken. Stikstof in de landbouw komt vooral van de vele dieren. De stikstof zit in de mest en urine en komt in de bodem en grondwater terecht. Als ammoniak komt stikstof in de lucht. De mestoverschotten en stikstofvervuiling van de grote veestapel zijn al tientallen jaren bekend. De politiek en de landbouworganisaties zijn jarenlang twee handen op een buik geweest en hebben het stikstofprobleem nooit willen oplossen. Banken en coöperaties speelden het spel mee. Dat de vervuiler betaalt gaat voor de landbouw niet op.

Stikstof is een meststof voor planten. De jaarlijkse grote hoeveelheden stikstof die op al het land terechtkomt (meerdere tientallen kilo’s zuivere stikstof per hectare) zorgen voor een enorm weelderige groei van die planten die van stikstof houden (nitrofiele planten als brandnetel en braam). Planten die niet tegen stikstof kunnen, worden uit vegetaties verdrongen. Dat is nu tientallen jaren gaande. Bijzondere vegetaties zoals blauwgrasland, natte heidevegetaties, droge duinen, voedselarme bossen en oever- en watervegetaties van vennen gaan achteruit of verdwijnen. Nederland dreigt eenvormig te worden met overheersende ruigtevegetatie, kroossloten en bossen met braamondergroei.

Stikstof heeft direct gevolgen voor de biodiversiteit. Plantensoorten verdwijnen en met de plantensoorten insecten en met de insecten vogelsoorten enz. Ook indirect heeft stikstof gevolgen. Op de hogere zandgronden stapelt stikstof in de bodem en waar het grondwater diep wegzakt, treedt verzuring van de bodem op. Heel veel bodem bewonende insecten kunnen hier niet tegen.  In sloten zorgt stikstof voor extra plantengroei (kroos en algen) verdwijnen zichtjagers (snoek) en nemen brasems, die de slootbodem op wervelen bij voedsel zoeken toe. Slootwater wordt troebel en verliest het zelfreinigende vermogen. Moerasvogels verliezen hun leefgebied doordat de planten te groot worden en te dicht groeien.

De stad kan onder de stikstofdeken nog redelijk lucht krijgen. Verspreiding van stikstof is afhankelijk van wind. Wind dwarrelt over de stad heen of slaat neer aan de randen. Stikstof spoelt vaak weg in de stad. Grote stallen met vee staan op grote afstand van de stad. Het autoverkeer stoot nog wel stikstof uit in de stad.  De auto-industrie innoveert echter snel waardoor de uitstoot afneemt. Stikstof is in de stad een minder groot probleem dan op het platteland en in de natuurgebieden.

In de stad komen nog hellingen voor die heel weinig stikstof invangen en die erg schraal zijn met prachtige bloemen en insecten. Ook komen er afgegraven stukken voor, waar de voedselrijke bovengrond is afgevoerd en zand en stenen achterblijven. Weer een plek voor zeldzame planten en insecten.

biodiversiteit
Categorieën: Biodiversiteit

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.