Omstreeks deze tijd (februari tot eind maart) ben ik vrijwillige paddenraper. Mannetjes padden trekken
met zonnig weer in maart uit hun winterverblijven in de hoop dat zij wijfjes vinden. Van amfibieën wordt
wel gezegd dat zij steeds trekken naar de poel waar zij geboren zijn. Ik ben niet de enige. Je kunt een file
van Almere naar Amsterdam maken van het aantal padden, kikkers en salamanders dat door vrijwilligers
jaarlijks wordt overgezet als je ze achter elkaar plaatst. In de omgeving van Nijmegen zijn de
paddenschermen bij het Afrikamuseum bekend. Inmiddels zijn er schermen geplaatst bij de spoorlijn
door Heumensoord en langs de Houtlaan in Nijmegen

Lees meer.
Je kan vooral in maart overal in de stad padden tegenkomen. Het moet warm geweest zijn en nat. Als ik
een pad op de stoep of het pad tegenkom, til ik hem op en leg ik hem onder een struik of heg in de
bladeren. De padden voelen ontroerend koud aan en bewegen maar langzaam. Met het warme weer
overdag zijn zij net niet ver genoeg gekomen en nu kruipen zij koud geworden over de stenen. Genoeg
leed om in actie te komen. Zo denken meer mensen. Er zijn landelijk naar schatting 110
paddenwerkgroepen actief met 230 000 vrijwilligers.
Als jij een pad op de stoep ziet, betekent het in ieder geval dat er ergens niet ver een bosje, struiken of
een heg voorkomt (een paar vierkante meter is voldoende) met een dikke laag dode bladeren en dat er
een poel of vijver in de buurt is. Als je het geluk hebt dat het jouw buurt is, dan kan je op een
zomeravond ook het gebabbel van de padden horen.

Laat een reactie achter