Oorspronkelijk is de merel een bosvogel. In de winter trekt deze schuwe vogel weg om in zuidelijke streken te overwinteren. De merel is echter niet uit de stad weg te denken. En omdat er voldoende voedsel en beschutting in deze “warmte eilanden” zijn, trekt de stadsmerel niet weg in de winter. Van de merel in de stad mag je ook op 8 meter komen voordat hij of zij wegvliegt. Het gaat om een en dezelfde vogel, die zich totaal verschillend gedraagt, als hij of zij in de stad leeft of in het bos.

Hier willen biologen meer van weten. Er is veel onderzoek gedaan naar merels. Biologen beginnen dan vaak met meten en gedrag observeren. De stadsmerels blijken kortere snavels te hebben en kleinere ronde vleugels dan merels in het bos. Zij worden hierdoor wendbaarder. Ook zingen mannetjes merels in de stad vaak meerdere uren eerder voor zonsopkomst dan merels uit het bos. De mannetjes moeten het verkeerlawaai voor zijn om wijfjes te lokken. In de stad broeden de merels ook eerder dan de bosmerels. Stadsmerels hebben ook veel minder last van stress en laten mensen dichterbij komen. De merel uit de stad verschilt nogal wat met de merel uit het bos. En als je weet dat jongen dicht in de buurt van de nestplaats waar zij zijn geboren weer gaan broeden, kan je verwachten dat stadsmerels nauwelijks kruisen met bosmerels. Dan ontstaat wat biologen heel vaak bij soorten in de stad zien, genetische verschillen binnen de soort of zelfs nieuwe ondersoorten. Evolutie onder onze neus.

biodiversiteit
Categorieën: Biodiversiteit

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.