Bloeiende sneeuwklokjes en crocussen zijn vaak de eerste zichtbare lenteboden. De bosuil kan al een nest met eieren hebben, maar dat zien wij niet omdat deze uil vaak in holle bomen broedt. Sneeuwklokjes en crocussen zijn bolgewassen. Je kunt deze planten als bolletjes kopen in de tuincentra.

De handel in bolletjes is al heel oud. Toen Nederlanders veel geld en tijd hadden (in de Gouden Eeuw), haalden zij voor de aardigheid allerlei bolletjes uit verre landen om in hun tuin te zetten. Deze bolgewassen, zoals het sneeuwklokje die uit Zuid-West Azie kwam, waren exoot, gekweekt en verwilderd in de Nederlandse natuur. Zij worden beschreven in de Nederlandse flora en staan bekend als stinseplanten (een stinse is een fries woord voor versterkt gebouw). De stad zit vol met exoten. Uit een container uit Zuid Amerika vallen zaden of kruipen insecten en in een vrachtwagen uit Oost Europa woont een muis of vliegt een bij. Van de soorten die in de stad voorkomen is 60% of meer exoot. Wat voor een soort in het echt een rotswand is, is in de stad een flat. Wat in het echt een woestijn is, is in de stad een plat dak. Al die soorten die de stad in komen en al die vreemde exotische plekjes in de stad, maakt de stad zo soortenrijk.

lentebode
Categorieën: Biodiversiteit

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.