Onlangs was ik bij een bijeenkomst over biodiversiteit in een landbouwgebied. Wij
zijn met flinke regen het veld ingegaan, tussen houtwallen door en langs
natuurvriendelijke oevers. Prachtig wat dit soort langgerekte elementen langs de
intensief gebruikte landbouwpercelen nog kunnen bijdragen aan biodiversiteit. In
de nazit popte de stelling op dat niets gedaan kan worden aan biodiversiteit als er
geen “verdienmodel” voor is. Dat temperde mijn enthousiasme wel moet ik
zeggen. Biodiversiteit teruggebracht tot een verdienmodel. “Een koe geeft er geen
liter meer melk door” werd er gezegd. Dan sta je met de mond vol tanden. Geen
speld tussen te krijgen. Tenminste dat vindt iedereen.


Maar is dat wel zo. Zijn alle (maatschappelijke)kosten wel in dat zogenaamde
verdienmodel opgenomen? Als het verdienmodel zo heilig is, waarom zie je dan
geen boerenbedrijven op een industrieterrein? Dat is technisch mogelijk en veel
efficienter. Het boerenvak is zo mooi, zal iedere boer zeggen, omdat je altijd
buiten bent, in de natuur. Dus als het om welzijn gaat, gezondheid en werkplezier
zonder stress is natuur belangrijk en niet alleen voor de boer. Waarom gaat het
niet om deze “maatschappelijke baten” en verzanden discussies over biodiversiteit
in geneuzel over verdienmodellen?


Wij hebben mensen nodig die verantwoordelijkheid willen nemen voor de
toekomst van hun kinderen. Niet om ze met 18 jaar een auto te kunnen laten
kopen, maar om een schone wereld met natuur na te laten. De een wil en kan
daar verder ingaan dan de ander. Maar asjeblieft stop met het plat slaan van het
gesprek met verdienmodellen als het om zo iets belangrijks gaat als behoud en
vergroten van biodiversiteit (in je tuin, in je wijk en in je stad).

Laat een reactie achter